We hebben de theatervoorstelling Kamp Holland van Orkater gezien. Deze gaat over de Nederlandse militairen in Uruzgan en hun thuisblijvers en familie. Daarover kun je regelmatig lezen in de krant of iets zien op TV. Vooral als een militair is omgekomen. Vooraf aan de voorstelling vraag je je af hoe je het soldatenleven en de verschrikkingen in Afghanistan kunt weergeven op het toneel. Daar zijn we nu wel achter.
Op het toneel staan een container, een paar trappen en een toren. Daarnaast een hele boel acteurs en muzikanten. Met afwisselend veel lawaai en bewegingen en soms ingehouden rust, maken ze veel duidelijk over het leven in Kamp Holland bezien vanuit de soldaat. Ook leer je alles over de afkortingen, die de militairen gebruiken, zoals KLOBUS (klote burgers) als die weer eens op bezoek komen, LOHO (lompe hond) en OEI (ongewenst eigen initiatief) om maar een paar niet grove te noemen. Je hoort in het begin de positieve verhalen van politici en achterblijvers. Dat contrasteert met het beeld dat de soldaat geeft.
Als een groep militairen op missie moet, krijg je een indruk van het werk buiten de poort; een rustig ritje, mogelijk bedreiging van een Afghaan op een brommer, op zoek naar de bommenfabriek en de slechte afloop op de terugreis. Hoe ze dat allemaal met hele beperkte middelen uitbeelden, vind ik heel knap. Dat ging helemaal in me zitten. Het toneelstuk heeft een diepe indruk achtergelaten.
Orkater is muziek en theater. De muziek was ook goed. Heel bijzonder was de cello. Die deed soms denken aan Ernst Reijseger. De basgitarist, zanger was ook heel goed. Zijn stem houdt het midden tussen Elvis Costello en Bono.