Gisteren was ik weer op de poli in het UMC. De eerste labuitslagen waren goed. De volgende en belangrijke uitslagen (o.a. de M-proteïne) krijg ik volgende week dinsdag.
De vorige keer waren mijn leukocyten (witte bloedcellen) tot een ondergrens gedaald en een stof uit de leukocyten, n.l. de neutrofiele granulocyten, ook. Deze laatste is heel bepalend voor je weerstand. Het is nog niet zo dat mijn weerstand nu heel slecht is geworden. Beide waarden geven aan dat we ze in de gaten moeten houden. Wel had ik verwacht dat ze door het gebruik van een hogere dosis Revlimid nu veel verder zouden zijn gedaald. Revlimid kan als bijwerking hebben dat de leukocyten dalen. Maar de leukocyten zijn gelijk gebleven en de neutrofielen zijn heel licht gedaald. Ik blijf me iedere keer weer verwonderen hoe het lichaam reageert. In ieder geval niet volgens wiskundige patronen.
Ik kwam nog een bekende tegen. Ik had hem ook al ontmoet bij een cursus een paar weken geleden. We hebben weer even bijgepraat over bekende onderwerpen aangaande de ziekte. Regelmatig kom ik op de poli bekenden tegen. Het is bijna gezellig om op de poli te komen. En dat is weer een beetje vreemd. De reden waarom ik mensen ken, die ik daar tegenkom, is helemaal niet leuk. Vreemde wereld, de wereld van chronisch zieken.