Het vergde weer wat geduld en doorzettingsvermogen, maar nu draait mijn blog weer helemaal.
Kunnen jullie mijn belevenissen weer volgen.
Het vergde weer wat geduld en doorzettingsvermogen, maar nu draait mijn blog weer helemaal.
Kunnen jullie mijn belevenissen weer volgen.
Gisteren was ik met de twee andere webredacteuren, Edwin en Sander, in Budel. Daar bezochten we Keistoer, het bedrijf dat de website voor de patiëntenvereniging CKP (www.kahler.nl) maakt. Edwin en Sander konden zo kennismaken met Jos en Bart van Keistoer en we konden even overleggen over de website. Hele interessante dag.
Met heen en terugreis leek het wel een werkdag. Ben vandaag dan ook moe. En vanmorgen stond ik al om 8.15 uur bij de huisarts voor mijn tweede Mexicaanse griepprik.
Nog twee weken wachten tot de weerstand door deze prik is opgebouwd. Dan hoef ik wat minder panisch te zijn voor de griep. Vervolgens begin ik met de REP-kuur en neemt de algehele weerstand weer af. Het blijft tobben als Kahler-patiënt.
15 jaar geleden verscheen in de VPRO gids een reeks artikelen over het Internet met de titel “Er gaat een digitale wereld open”.
Nu is internet gesneden koek voor de meeste mensen, maar 15 jaar geleden was het maar bij een handje vol mensen bekend. Het internet werd uitgelegd als “het wereldwijde, niet-commerciële netwerk van computeraansluitingen”. En “Internet” werd geschreven met een hoofdletter. Het was namelijk de naam van een netwerk dat daarvoor nog Arpanet heette.
Het “niet-commerciële” is wel interessant. Nu is internet voor het grootste deel commercieel. Maar 15 jaar geleden was commercie op internet not done, ondanks dat internet een grote anarchie was. In het eerste artikel schrijft de auteur over een Amerikaans advocatenkantoor.
Het kantoor overtrad de netwet door te adverteren op het Net
De provider van het kantoor werd overspoeld met boze berichten van internetgebruikers, waarop de provider besloot maatregelen te nemen tegen de advocaten.
Geen Big Brothers in Cyberspace
Het laatste artikel gaat over de ‘aanbieders’ van internet (inmiddels beter bekend als internet (service) providers; ISP’s). Het artikel wordt afgesloten met:
…dat de aanbieders geen winstoogmerk hebben. Het feit dat er zoveel verschillende aanbieders zijn, lijkt ook de vrees te kunnen ontzenuwen dat er binnenkort wel een media-multinational opstaat, die zal proberen het Internet voor commerciële doeleinden te gebruiken. Zolang de koppeling van computers en netwerken op non-profit basis en door allerlei kleine stichtingen wordt verzorgt is dat voor dat soort Big Brothers geen plaats in Cyberspace.
Helaas namen de media-multinationals het internet al snel over. Begin 1995 nam ik een abonnement bij PI.net, later Planet Internet. Op dat moment nog een non-profit organisatie. In de loop van 1995 nam KPN de internet provider over en belandt ook Planet in commerciële handen. (nl.wikipedia.org/wiki/Planet_Internet en www.frackers.com/2008/01/04/000645.html)
En met Google hebben we een Big Brother die alles van ons vastlegt.
Interactieve radio
De VPRO lanceert in 1994 ook haar “World Wide Web Server”:
Allereerst is deze gebruikersvriendelijk. Dit komt door het begrip Hypertext. … De teksten zullen oplichtende trefwoorden vertonen.
Heel vooruitstrevend in die tijd.
De VPRO ging toen ook experimenteren met interactie met de radioluisteraar via internet: onderwerpen en vragen via de website doorgeven en zelfs geluidsfragmenten opsturen per e-mail.
Nog een paar mooie citaten van Christopher Yavelow, componist en computer deskundige:
Ik denk dat multimedia de logische volgende stap zal zijn omdat het mensen actief maakt
Dat is wel uitgekomen!
Over vijf tot tien jaar typt niemand meer. Waarom zou je, als je tegen de computer kunt praten?
Ondanks veel research en experimenten is dat dan weer niet uitgekomen. Er zijn verschillende softwarepakketten op de markt, die heel goed jouw spraak om kunnen zetten naar geschreven tekst. Maar heel populair is het nooit geworden.
En hoe kom je aan al deze wijsheid? Ik bewaarde nog wel eens wat over internet en computers. Dit is denk ik het oudste dat ik nog heb. En nu precies 15 jaar oud. Met deze artikelen, de VPRO CD-Rom met programma’s en het experimenteren op de VPRO server heb ik mijn eerste schreden gezet op internet.
De redactie van de CKP website is onlangs uitgebreid met Sander. Gisteren hebben we de eerste ‘vergadering’ van de nieuwe webredactie gehouden. Het is eigenlijk meer lotgenotencontact en daarbij hebben we het over de website gehad. Edwin is net terug uit het ziekenhuis en Sander en ik hebben hem opgezocht.
Het was weer heel prettig om bij te praten over ons leven met Kahler. Ook goed dat we met z’n drieën aan de website werken.
Soms hoef je helemaal de deur niet uit om kunst te kijken. Na ons bezoek aan Parijs hebben we thuis gezocht in allerlei stapels met foto’s en papieren. In een folder van een tentoonstellingen zagen we Il Giardino dei Tarocchi. Een park dat helemaal is ingericht door Niki de Saint Phalle samen met haar man Jean Tinguely. Op de website kun je al heel veel van het park zien. De kunstwerken doen denken aan de Stravinskyfontein in Parijs en ook aan Park Güell in Barcelona.
Vandaag is de nieuwe website van de Contactgroep Kahler en Waldenström Patiënten (CKP) in gebruik genomen. Daar heb ik de afgelopen 2 ½ maand aan gewerkt. Vandaar dat ik wat minder schreef op deze blog. Ik schreef namelijk vooral voor de website.
De CKP website is ontwikkeld door het bedrijf Keistoer samen met mij. Dat werk was eind januari eindelijk klaar. Daarna moest ik nog de hele inhoud van de oude website over zetten naar de nieuwe. Dat was heel wat (hand) werk.
Dat deed ik eerst alleen. Maar toen kreeg ik onverwachts hulp. Van mijn Kahler-blog-maatje Edwin Vonk. Dat was heel prettig. Want ik begon met al af te vragen of ik het wel allemaal alleen ging redden. Edwin is nu samen met mij webredacteur van de CKP site. We kunnen elkaar nu ook aflossen. Altijd handig voor zieke mensen.
We zijn blij met het resultaat. Het onderhouden van de nieuwe website is voor mij en Edwin minder werk dan bij de oude. Daar zijn we ook heel blij mee. Nu hopen we natuurlijk dat we nog meer bezoekers op de CKP website krijgen. En dat die bezoekers nog langer blijven en meer pagina’s gaan bekijken.
Gisteren heb ik een cursus Webschrijven gevolgd. Ik vond het heel interessant en heb er veel van geleerd. Veel webteksten, die ik tot nu toe heb geschreven ga ik nu herschrijven.
De cursus richtte zich op de communicatieve kant van de website. Precies wat mij interesseert. Naast theorie kregen we veel schrijfopdrachten. Daarvoor hadden de cursisten hun eigen teksten meegenomen om mee te oefenen. We schreven op onze eigen laptop. Dat vind ik heel prettig werken.
De docent liet veel websites als voorbeeld zien. Ze had ook de websites van de cursisten goed bestudeerd en daar voorbeelden van gebruikt. De eigen webteksten die ik heb geschreven in de cursus kan ik meteen gebruiken. Dat is heel handig.
Ik volgde de cursus als webredacteur van de CKP (Contactgroep Kahler en Waldenström Patiënten). Daar ik nu de teksten voor de nieuwe website schrijf komt de cursus op een goed moment.
De cursus was niet alleen handig voor mij als vrijwilliger van de CKP. Ook voor mijn blog is het nuttig. Dat zijn ook webteksten die volgens dezelfde principes worden geschreven.
Het was een heel intensieve dag en daardoor een hele zware dag voor zieke mensen. Maar ik ben wel heel blij dat ik de cursus heb gevolgd.
Vanavond Wouter Hamel live in Paradiso gezien en we zijn al weer thuis. We waren de hele avond al thuis, want we hebben het live concert via internet gekeken op Fabchannel.com.
Mooi dat zieken en invaliden via internet ook live concerten kunnen bijwonen.
Heel goed concert met vele speciale gasten en prachtige improvisaties op nummers die we al in veel varianten gehoord hebben en nu weer heel anders klonken.
De video’s van dit concert zijn binnenkort te zien op fabchannel:
www.fabchannel.com/nl/wouter_hamel_concert/2009-02-21
Op fabchannel staan meer dan duizend concerten. Dus wie wat anders wil zien kan daar ook terecht. Heel goed camerawerk en montage.
Steun de petitie en teken via internet voor verantwoord vuurwerk afsteken in Nederland met de jaarwisseling. Zodat we in Nederland ook van die prachtige vuurwerkshows krijgen, zoals je die op TV ziet vanuit Sydney, Parijs of New York. Dat lijkt mij prachtig.
Lees de argumenten en teken de petitie hier: www.mindervuurwerk.nl
Dit is overigens de eerste petitie, die via internet wordt gehouden. Dat is per 1-1-2009 mogelijk door een nieuw wet. Dat maakt de petitie ook al heel bijzonder.
Het is al een maand geleden dat we een weekend op de Veluwe waren. Toen had ik ook net mijn iPhone. De Veluwe was een mooie plek om ‘m te testen. Een van de mooie kanten van de iPhone met het T-Mobile abonnement is dat je draadloos internet hebt en dat is voor internetverslaafden als wij heel aangenaam. Maar dan moet je wel bereik hebben. En vooral over het bereik van het T-Mobile netwerk wordt nog wel eens gezegd dat het minder is dan van KPN en Vodafone. Voor gsm en gprs bereik vind ik dat wel meevallen, zeker nu de netwerken van T-Mobile en Orange zijn samengevoegd. Met KPN en Vodafone heb je op de Veluwe ook plekken, waar je geen bereik hebt. En met T-Mobile is dat niet slechter.
Maar dan snel draadloos internet of te wel UMTS en het veel snellere HSDPA (High-Speed Downlink Packet Access) dat ook wel 3G wordt genoemd. Mijn iPhone heet niet voor niets ’3G’. Dus daar willen we ook wel gebruik van maken. Met 3G internet je op de iPhone bijna net zo snel als thuis met ADSL. Maar dat is iets lastiger op de Veluwe. In de dorpen en langs de snelweg heb je wel 3G bereik, maar even buiten de bewoonde wereld heb je dat al snel niet meer. Dan val je terug op het langzamere draadloze internetprotocol gprs. Dat voldoet voor veel lichte internettoepassingen ook wel, maar daarvoor hebben we geen iPhone 3G. Met gprs kun je wel de buienradar bekijken, hetgeen we wel regelmatig deden in verband met het veranderlijke weer. Heb je eenmaal 3G verbinding, dan kun je heel snel internetten en dus alles van internet bekijken en YouTube filmpjes bekijken, e.d. Dus als je je afvraagd hoe Apeldoorn aan een netttenfabriek komt zoek je dat gewoon even op; net als thuis. Helemaal geweldig.
De iPhone is ook uitgerust met GPS (Global Positioning System) en daarmee dachten veel mensen dat je meteen een soort TomTom in je iPhone hebt. Dat is dus niet zo. De iPhone haalt zijn kaarten van Google Maps en heeft dus altijd internetverbinding nodig om een kaart te laten zien. Met een 3G verbinding is het alsof de kaarten in het geheugen van de telefoon zitten, zo snel verschijnen ze in beeld. Heb je geen internetverbinding, dan heb je ook geen kaarten. Bij een routeplanner, zoals TomTom zitten de kaarten wel in je telefoon of in het TomTom-apparaat, dus heb je altijd kaarten bij de hand. Wat Google Maps wel kan is een routebeschrijving geven, die je dan kunt lezen van je scherm. Dus geen zwoele damesstem of Haagse Harry die je vertelt waar je links en rechts moet.
In het Spelderbos, bij Beekbergen, (een stiltebos) bleek maar eens dat je niet moet blindvaren op al die mooie electronica. Daar is dus geen bereik van mobiele telelefoon of internet. Dus geen kaarten op de iPhone. Daar vielen we terug op het aloude kaart en kompas, toen we verdwaald waren. We hadden wel een topgrafische kaart van de ANWB (1:50.000), maar die is niet zo geschikt om de kleine paadjes van het Spelderbos te onderscheiden. Uiteindelijk zijn we met de ouderwetse navigatietechniek wel uit het bos en bij de auto teruggekomen. Eigenlijk veel leuker dan met een GPS-apparaat door het bos lopen.
GPS in de telefoon lijkt heel mooi, want je hebt geen aparte GPS ontvanger nodig en je kunt op ieder moment zien waar je bent. Maar een GPS-ontvanger moet wel vrij uitzicht hebben op de satelieten. En dat lukt niet door een stalen autodak heen. Daarom zit een losse GPS-ontvanger altijd onder de voorruit. Voor GPS-navigatie op je iPhone moet je het hele apparaat dus onder de ruit van de auto houden, maar dan kun je niet op het scherm kijken. Kijk je op het scherm dan ziet de iPhone de sateliet niet. In een cabriolet of met een glazen dak heb je die beperking niet, maar in de meeste auto’s heb je met de iPhone dus geen TomTom-achtige routeplanner. Niet dat ik dat mis, want ik kan me aardig redden met kaarten en routebeschrijvingen en als ik echt wil weten waar ik ben, dan stop ik even en vraag ik de iPhone (in de buurt van de autoruit) even om de positie.
Ik vindt het wel geweldig dat bijna alles wat ik bij de hand wil hebben in dat kleine doosje van de iPhone zit. Eén apparaat in mijn zak met telefoon, agenda, adressenboek, GPS, draadloos internet, iPod, afstandbediening voor iTunes, en nog veel meer.
Ik kom tot de conclusie dat de iPhone een typisch stadsgadget is. Handig als je in New York loopt en je heb zin in koffie, dan zoek je even de dichtsbijzijnde Starbucks op. (In Driebergen de route naar een bakker vinden lukt ook heel goed). In de stad heb je bijna altijd 3G en als je buiten loopt heb je perfecte GPS-navigatie. En thuis gebruik ik de Wifi-verbinding met ons huisnetwerk waarmee ik nog sneller internet hebt. Hoef ik niet naar de computer te lopen om iets op te zoeken.
Vandaag ben ik naar een bijeenkomst van de patiëntenvereniging CKP geweest. Daar trof ik ook drie blogger-Kahler patiënten. Wij volgen elkaars blog en hebben ook links naar elkaars blog’s. Nu hebben we elkaar eens in het echt gezien na een lange tijd van virtuele contacten. Op de foto zou je zeggen dat je vier vrienden ziet na een potje handbal en vergeten dat we een rotziekte onder de leden hebben.
Van links naar rechts: Jan ten Voorde, Bas Sibbing, Edwin Vonk en Sander van der Pol (foto: Mrs. ten Voorde).
Naast deze Kahler-bloggers nog veel andere mensen ontmoet, waaronder ook weer andere Kahler-bloggers. Het lotgenotencontact vind ik altijd heel prettig. Geen geklaag, maar prettig om te horen hoe het anderen vergaat en anderen misschien helpen met je eigen verhaal. En veel interessante informatie over onze ziekte gehoord van de verschillende sprekers. Waardevolle dag. Maar wel lang en vermoeiend voor een vermoeide patiënt.
Gisteravond een hele goede documentaire gezien over Wikipedia en de informatie die via Web 2.0 beschikbaar is. Web 2.0 is een term voor de vorm van internet, waarbij iedereen in staat is informatie op internet te zetten via systemen, zoals Wikipedia, weblogs, YouTube, Myspace en forums. En ja, Wikipedia heeft ook een artikel over web 2.0: nl.wikipedia.org/wiki/Web_2.0.
De beide oprichters van Wikipedia komen o.a. aan het woord. De een is nog betrokken bij Wikipedia en vindt het allemaal goed wat op Wikipedia wordt gepubliceerd en hoe dat tot stand komt. De ander, al enige tijd weg bij Wikipedia, vindt dat gepubliceerde artikelen op waarheid of juistheid beoordeeld moeten worden door onafhankelijke deskundigen en/of een redactie.
De mening van verschillende mensen over de waarheid van gepubliceerde artikelen op internet en hoe belangrijk dat is, vind ik wel het interessantst aan de documentaire. Die meningen gaan over wat ‘waar’ is en hoe een artikel tot stand komt. De een stelt, dat hetgeen iemand schrijft waar is, omdat het zijn/haar waarheid is. De ander vindt dat een artikel pas gepubliceerd moet worden als iemand uitgebreide research heeft gedaan naar het onderwerp, het heeft afgestemd met deskundigen en het ook nog is geredigeerd door een redactie. Over de waarheid van een artikel volgens de laatste methode kun je nog steeds discussiëren. Maar zonder onafhankelijke redactie, die redigeert of voetnoten plaatst, krijg je op internet artikelen en filmpjes, gemaakt door een bedrijf, die heel geloofwaardig zijn en alleen bedoeld zijn om onze mening te beïnvloeden voor commerciële doeleinden. Daarbij komt natuurlijk ook aan de orde of de auteur is opgeleid voor en ervaring heeft met het publiceren van artikelen, zoals journalisten en wetenschappers. In het geval van het commerciële filmpje zal de auteur of regisseur zeker opgeleid en ervaren zijn, maar uit oogpunt van de waarheid heb je daar nog niet veel aan.
Dat doet me dan ook denken aan het volgende citaat (niet uit deze documentaire): “Je hebt mijn waarheid, jouw waarheid en dé waarheid. Samen kunnen we heel lang over onze waarheden praten en dan misschien in de buurt van dé waarheid komen”.
Dé waarheid vind ik nog niet eens zo belangrijk, maar wel dat feiten worden nagetrokken bij verschillende bronnen en deze bronnen worden vermeld. Dan kun je informatie op waarde schatten. Journalisten en wetenschappers werken zo, maar niet alle auteurs op internet doen dat.
En Picasso heeft eens gezegd: “Als er maar één enkele waarheid bestond, zou men niet honderd verbeeldingen van hetzelfde thema kunnen schilderen.”
Een definitie van ‘Waarheid’ volgens onze Van Dale van 1984: “het ware; overeenstemming van het denkbeeld met zijn voorwerp, van een verhaal of bericht met de zaak, van wat men zegt met wat men denk.” Volgens Van Dale heeft de waarheid dus al iets subjectiefs.
Voor de opkomst van internet had je de encyclopedie en de krant. Alles wat daarin stond werd voor waar aangenomen. Scholing, levenservaring en internet hebben mij inmiddels duidelijk gemaakt dat niet één bron de waarheid verkondigt. Je zult altijd zelf uit verschillende bronnen je kennis moeten halen en daarmee je mening vormen. Op school leer je dat al bij werkstukken maken. Het voordeel van internet is dat je heel veel informatie heel snel kunt benaderen. Maar heel veel van die informatie (ook uit Wikipedia) neem ik met een grote korrel zout.
Afsluitende tip voor Wikipedia-gebruikers: raadpleeg na het lezen van een artikel op Wikipedia nog vier bronnen op internet en bepaal dan je mening over het onderwerp. Ga zeker niet alleen met informatie van Wikipedia aan de slag. Sommige leraren verbieden hun leerlingen dan ook (alleen) Wikipedia te gebruiken voor werkstukken.
En wat betreft mijn blog. Daarop staan alleen mijn hersenspinsels. Dus die moet je dan ook maar als zodanig waarderen.
Heel goed om te lezen: Fragment uit “De @-cultuur” van Andrew Keen, Over waarheid en leugen
Ik liep naar de kassa van de benzinepomp. Een medewerker was vakken aan ‘t vullen. Hij liet zijn werk liggen en spoedde zich naar de kassa.
“Mooi ski-jack heeft u”. Ik had mijn oranje-gele zeil-/ski-jack aan. Dat viel op.
“Waar heeft u die gekocht”.
“In de winkel”, zei ik.
Ja, natuurlijk, waar anders. Nou, op internet bijvoorbeeld. Ha, op internet. Daar was de man al een paar keer opgelicht. Hij kocht niet meer via internet. Ik nog wel, maar ik kon me ook wel zo’n geval herinneren
Ik had een paar jaar geleden al in de krant gelezen dat veel mensen op internet worden opgelicht. Ze zien iets moois voor weinig geld, bestellen het en maken geld over. Vervolgens zien of horen ze niets meer. Dader onvindbaar. Die kan namelijk overal op de wereld zijn en zich voordoen alsof hij in Nederland zijn waar aanbiedt.
Kort nadat ik dat artikel had gelezen ging ik op zoek naar een LaCie harddisk. Die zijn niet goedkoop en ik was niet zo mobiel door de behandelingen. Dus ik ging eens op internet kijken of ik dat goedkoop thuisbezorgd kon krijgen. Kwam ik op Marktplaats voor een hele lage prijs het type tegen dat ik wilde hebben. Nieuw in de doos. Plaatje uit de folder erbij. Bij een handelaar ergens in Friesland (wel een woonplaats en geen adres of telefoonnummer; verdacht). Die heb ik toen een e-mail gestuurd met een paar vragen. O.a. iets als “kan ik de harddisk in uw winkel kopen en wat is uw adres”. Nooit meer iets van gehoord. Na een week was de advertentie weg. Had veel weg van het verhaal in de krant.
Dit kunstproject omschrijft zichzelf als ‘een museale hangplek, plakzuil en
klankbord voor e-culture’. Een mobiel internetcafe, uitgerust met een
LED-scherm van 15 bij 4 meter maakt een tournee langs verschillende locaties
in heel Nederland. Kunstenaars ontwikkelen speciale kunstwerken voor
Dropstuff, gebaseerd op het thema: de grenzen van de vrije meningsuiting. De
kunstwerken zijn interactief. Bezoekers hebben invloed op het resultaat. Op
het LED-scherm staan elke dag stellingen, gerelateerd aan actuele
onderwerpen. Het publiek kan hierop reageren door teksten, plaatjes of
video’s sturen via SMS.
Via de website www.dropstuff.nl kun je ook meekijken.